We onderscheiden een aantal belangrijke verschillen tussen gangbare en bioveehouderij die situeren zich op vier domeinen: gedrag, gezondheid, comfort en voeding.
Gedrag
Het gedrag van landbouwdieren wordt in grote mate bepaald door de houderijcondities. Hieronder verstaan we niet enkel het type huisvesting, maar ook de manier waarop de veehouder met zijn dieren omgaat, zijn gezondheidsaanpak en de voeding. Biologische varkens zijn actiever dankzij de blootstelling aan daglicht. De rijkere omgeving leidt tot minder agressie bij de dieren. Biologische kippen vertonen in vergelijking met gangbare scharrelkippen meer natuurlijk gedrag wat grotendeels te danken aan de vrije uitloop en de blootstelling aan daglicht.
Gezondheid
Gezondheid is in sterke mate verbonden met welzijn. De biologische veehouderij zet sterk in op het voorkomen van gezondheidsproblemen omdat het gebruik van chemische gezondheidsmiddelen zoals antibiotica maar beperkt toegelaten is.
Comfort
Een hoge mate van fysiek en fysiologisch comfort is positief voor het dierenwelzijn. Houderijcondities bepalen sterk het comfort van de dieren. Omdat biologische dieren over meer ruimte en meer dichte vloeren met substraat beschikken, krijgen zij meer mogelijkheden tot soorteigen comfortgedrag zoals gemakkelijk bewegen, comfortabel liggen en rusten.
Voeding
Op het gebied van voeding moet het rantsoen vooral toereikend zijn voor het goed functioneren van het dier. Het biologische veevoeder verschilt van het gangbare door het aandeel ruwvoer en de herkomst van de grondstoffen.
Voor concrete voorbeelden bij deze vier domeinen, klik hieronder.











