De Bio Mijn Natuur website staat de komende maanden in het teken van de Bioweek! Elke week onthullen we een nieuwe ambassadeur!
|
Ik maak bio omdat het werkt. |
|
|
Mijn vader begon in ‘58 met boeren en schakelde al in ‘78 om naar bio. Hij werkte eerst als loonsproeier, maar door de toxische stoffen kreeg hij een leververgiftiging. Dat was de druppel. Mijn vader is van ‘24 en kende de boerenstiel zoals die voor de oorlog was, zonder chemische industrie en industriële landbouw. Toen was eigenlijk alles nog ‘bio’. In ‘90 heb ik het bedrijf overgenomen en wilde ik aanvankelijk alleen met fruit aan de slag. Al snel moest ik in de praktijk ondervinden dat inzetten op één teelt je in de problemen kan brengen: we hadden dat jaar enorm veel schade van hagel, appels in twee gespleten, bomen beschadigd, … Zo ben ik eigenlijk noodgedwongen begonnen met groenteteelt. Risicospreiding heet dat, zeker? Dat is in alle opzichten beter: economisch maar ook ecologisch! Nu staat er zes hectare fruit: twintig soorten appelen, zes soorten peren, kers, perzik, pruimen en bessen. Tachtig procent van mijn appelen gaat naar de veiling, vooral de gekende rassen Jonagold, Jonagored, soms ook Boskoop. Maar ik heb ook Topaz en Santana, Pirouette en Melrose, … Die soorten liggen wat moeilijker op de veiling, maar mijn klanten in de boerderijwinkel zijn er helemaal weg van! Daarnaast heb ik nog zo’n zes hectare groenten. De hoofdteelten voor de veiling zijn aardappelen, wortelen, kool, pompoen, schorseneren, pastinaak. Maar ik teel nog veel extra gewassen voor onze winkel: kruiden, sla, daikon, … In volle zomer staan er zo’n veertig teelten. Je moet nooit op één paard wedden. Zo zet ik elk jaar meerdere soorten aardappelen: vroege Frieslander, Ditta, Raja, Biogold. Dit jaar heb ik ook Toluca gepland, die zou goed opbrengen én een goede resistentie tegen de aardappelziekte hebben. |
Maar de smaak is natuurlijk ook belangrijk. Zeker voor mijn klanten, zij zijn altijd benieuwd om de nieuwe soorten te proeven. Om ziekte bij de aardappelen te slim af te zijn, plant ik gewoon zo vroeg mogelijk. De aardappelziekte woekert pas vanaf eind juni dus plannen wij onze eerste oogst al begin juni.
Met de jaren kan ik zeggen dat steeds minder teelten mislukken. Mijn koolgewassen dek ik af tegen insecten en vogels. En tegen luis, vlieg of perenbladvlooi in mijn fruit zet ik nuttige insecten uit, daar heb ik eigenlijk nooit problemen mee. Mijn grond behandel ik met veel respect, want dat is de basis: een humusrijke grond die de stikstof fixeert, zo spoelt het niet weg met het regenwater. Ik zorg voor een goede mineralisatie, ik dood geen regenwormen en ander nuttig leven in de bodem. Zeker met extreme klimaatsomstandigheden merk je hoe belangrijk dat is. Twee jaar geleden heeft het de hele lente niet geregend, en toch heb ik nog nooit schonere gewassen als de oogst van dat jaar gehad! Koen Busschots
|
|
|
Ik maak bio omdat het werkt. |
|
|
In ‘95 ben ik gestart met biologisch vleesvee en heb ik van bij het begin resoluut gekozen voor verkoop van vlees via de korte keten. Momenteel houd ik vijftig Limousin vleesrunderen op 42 ha land. Dertig hectare bestaat uit grasland: eigen weiden, weiden met hoogstamfruitaanplant en natuurgebied. Daarnaast teel ik op twaalf hectare grasklaver, granen (tarwe, spelt gerst en haver) en luzerne. Het Limousinras is een ras dat af is voor mijn bedrijf. De dieren zijn robuust en zijn zelden ziek. Het zijn kuddedieren met goede moedereigenschappen. De dieren zijn heel sober waardoor ze van natuurgras, zonder krachtvoeder, toch vlees van superieure kwaliteit produceren. Een kalfje weegt bij de geboorte maar 30 à 35 kilo. De koeien kalven dan ook meestal alleen. In de winter lopen ze los in ingestrooide stallen. In de zomer grazen ze in natuurgebieden en boomgaarden. En de kalfjes mogen 8 tot 12 maanden zuigen bij de moeder. Het ras in combinatie met de productiewijze maakt het mogelijk op diervriendelijke manier te werken. Voor de verwerking van het vlees werk ik met bioslager Frank Bielen in Vliermaal. De verkoop gaat via Hartenboer, een boerenvereniging die via een webwinkel de Limburgse Voedselteams bedient. Daarnaast heb ik een uitgebreide plaatselijke klantenkring. En zo blijven de voedselkilometers van mijn vleespakketten beperkt. De combinatie van natuurbeheer en biolandbouw is de basis van mijn bedrijf. Mijn koeien grazen in natuurgebied en in hoogstamboomgaarden. Een boomgaard waar specht en bosuil leven, daar kan je geen maximaal rendement uit halen, want de oude bomen zijn net het meest interessant voor de vogels. Daarom betrek ik ook de gemeenschap bij mijn natuurbeheer, via de collega’s van ‘Onder de Appelboom’ kunnen mensen mijn fruitbomen zelfs adopteren. |
Maar ik wil nog een stap verder gaan… Er staat in Vlaanderen 200.000 ha maïs die dient als veevoeder, terwijl dat landbouw toch dient om mensen eten te geven? Als boer wil ik in de eerste plaats voedsel produceren voor mensen. Mijn dieren recycleren het ‘afvalgras’ uit natuurgebieden al tot hoogwaardig vlees, maar het graan op de akkers was eerst alleen voor mijn koeien en de dieren van collega’s. Met ‘Kortweg Natuur’, een project voor lokaal biobrood van akker tot bakker, heb ik mijn kans gegrepen en van mijn eerste oogst baktarwe zijn de eerste biokoekjes ondertussen gesmaakt en goedgekeurd.
Biodiversiteit is één geheel. Als bioboer kan je maar best rekening houden met dat geheel, en je kan er bovendien je brood mee verdienen. Als ik zie dat dankzij mijn werk de bodem terug tot leven komt, dat er niets kapot gemaakt wordt, dan zeg ik: dit is het, hier kan ik mee werken, hier haal ik mijn voldoening uit! Jos De Clercq
|
|
![]() |
Ik maak bio omdat het werkt. |
|
|
Van opleiding ben ik bakker, mijn vader en grootvader waren ook bakkers. De stiel heb ik dus met de paplepel meegekregen, en de passie voor brood ook. Eerst werkte ik in een gangbare bakkerij. Ik had gestudeerd voor een creatief beroep als bakker, maar in deze gangbare bakkerij deed ik alleen mixen en preparaten… en je hebt gegarandeerd resultaat want alles is gestandaardiseerd. Mijn aandacht werd toen getrokken door de ambacht en creativiteit van het biologisch bakproces. Het deed me denken aan de manier waarop mijn grootvader brood bakte. De ambacht en de pure, biologische ingrediënten, daar ben ik voor gegaan. Ik bak zelf nog elke dag vanaf vier uur ’s ochtends tot de middag. Ik vind het belangrijk om dagelijks met eigen handen in de productie te staan. Dankzij mijn ervaring in de gangbare voedingsindustrie ken ik de verbeteraars en de samenstelling ervan. Zo kan ik makkelijk op zoek naar natuurlijke vervangers; sojameel gebruiken we als natuurlijk bewaarmiddel. Bij het bakproces laten we de natuur zijn werk doen. De aroma’s die vrijkomen bij tien uur rijstijd, krijg je niet bij een conventionele doorlooptijd van twee en een half uur. Wij gebruiken tijd in plaats van verbeteraars. Onze machines kneden ook traag om een goede textuur van het deeg te krijgen. Machines dienen hier enkel om de arbeid te verlichten: het resultaat moet hetzelfde zijn als met de hand. Daarom laat ik machines op maat van onze productiewijze maken. In de industriële bakkerijen gebeurt net het omgekeerde: het productieproces wordt er aangepast aan de machine. |
Mijn werknemers zijn allemaal bakkers van opleiding. Zij handelen met kennis van zaken, zij gaan ook voor de echte stiel van het broodbakken. In industriële bakkerijen is de bakker operator van een machine. Daar komt maar weinig kennis en creativiteit aan te pas. Werken met biologische grondstoffen is dan ook vaak een uitdaging: elke levering is nameijl wat anders. Kennis van zaken en creativiteit zijn een vereiste. Met biogrondstof is een industrieel verwerkingsproces quasi onmogelijk. Wist je bijvoorbeeld dat desem, een natuurlijke gist, veel actiever reageert bij biomeel omdat er geen pesticiden in zitten? De grondstoffen vragen vakkennis van onze mensen: ieder lot grondstoffen reageert bijvoorbeeld anders op de weersomstandigheden tijdens de teelt. De bakker is hier nog echt belangrijk, hij maakt het verschilt. Het recept van het brood is: meel, water en ongeraffineerd zeezout en een flinke portie bezieling. Hendrik Durnez Kom op 5 juni 2013 naar de Bioweek activiteit van Hendrik Durnez. Details vind je in de BioGenietenGids, op www.biogenietengids.be.
|
|
|
Ik maak bio omdat het werkt. |
|
|
Mijn vader was ijsmaker in Bredene, de ambacht leerde ik al op zesjarige leeftijd. Ook vandaag blijft Ijs René een familiebedrijf, al zijn we wel wat gegroeid de laatste jaren. Het recept is een goed bewaard geheim, gebaseerd op dat van mijn vader en dat van de originele Glacier René die rond 1947 een ijsjeskraam had in De Haan. De vorige uitbaters van Ijs René zijn op een blauwe maandag bij mij terechtgekomen. Ze zochten iemand die ijs wilde maken niet voor de commercie, maar met hart en ziel. Het was dus een opdracht, als het ware: de ziel van Ijs René garanderen. Wij zijn de derde generatie Ijs René, en daar ben ik fier op. Voor 1997 gebruikte ik al enkele biogrondstoffen, maar ik had nog geen biomelk. Het recept is altijd simpel geweest en zonder verbeteraars. Daarom wilde ik graag een biocertificaat, zodat ik onze pure werkwijze officiële erkenning kon geven. Van bij het begin bleek de biosector trouwens een erg sociale sector. Ik ben immers gestart toen de dioxinecrisis losbarstte. Een groot probleem, want plots kon ik niet aan bio-eieren geraken. Een concurrent/collega heeft mij toen geholpen. Omdat ik op zoek was naar lokale biomelk, ben ik terechtgekomen bij de biogeitenboer van ’t Reigershof in Klemskerke. En zo is het verhaal van de biogeitenijs begonnen. En wat blijkt? Dat smaakt minstens even lekker dan een ijsje met koemelk! Daarnaast heb ik nog 37 verschillende smaken, alles zoveel mogelijk bio en puur. Aardbeienijs maak ik van aardbeien en geen aardbeienaroma, banaanijs van banaanpuree en geen aroma, vanille met echte vanillestokjes en geen vanilline. Biologisch roomijs staat volgens de wettelijke regels voor ijs gemaakt van volwaardige natuurlijk producten, zonder aroma’s, zonder verbeteraars. |
Ik wil zeker géén productieproces waarbij je aan de ene kant van de band de suiker en boter erin doet, en aan de andere kant het potje eruit komt. Ik wil mijn ambacht en beroepskennis blijven gebruiken. Ik hoef niet altijd mijn suiker af te wegen. De kluts die ik erbij doe is altijd juist genoeg, daar zal ik geen 10 gram naast zitten! Daar zijn geen referenties voor, dat is gewoon de ervaring.
Soms zie je een mooie koe en vlindertje op een verpakking, maar zit er in feite niets natuurlijks in. Wat ik verkoop is écht puur, daar sta ik achter. De keuze voor échte en biologische grondstoffen maakt het ijs wel iets duurder. Maar mijn cliënteel kiest voor ijs waar de basis en de ziel nog inzit. Peter Pattyn Peter Pattyn |
|
|
Ik maak bio omdat het werkt. |
|
|
Ik werkte jarenlang bij Dille & Kamille om de winkels op duurzame wijze te verbouwen. Tot de tijd rijp was om volledig voor mijn eigen project te gaan: een oud klooster omtoveren tot een duurzaam gastenverblijf. Het klooster ligt in hartje Bever, een vergeten gemeente op het kruispunt van drie provincies. Dat maakt de omgeving uniek voor wandelaars of fietsers. Maar mensen komen naar hier om allerlei redenen: voor de rust, voor de omgeving, om een boek te lezen of om er zelf één te schrijven, … Het is de ideale locatie voor mensen die er even tussenuit willen. Alles in het klooster draait om totaalbeleving. Om half negen schuif je aan bij het ontbijt en om half acht ’s avonds voor het diner. Overdag kan je perfect alleen zijn, maar ’s avonds zit je hier altijd in gezelschap aan tafel. Dat maakt het boeiend voor al onze gasten. Vanaf het begin heb ik ervoor gekozen om biologisch eten te serveren. Met het certificaat dat ik heb gekregen bied ik een garantie aan mijn gasten. Geloofwaardigheid en transparantie, daar draait het om. Mijn gasten mogen hier in de keuken gerust de kasten opentrekken! Bio is een keuze die ik voor mezelf gemaakt heb, maar voor de mensen die hier mee aan tafel schuiven, moet het in de eerste plaats natuurlijk lekker zijn. Sommige topmuzikanten komen hier in de kapel spelen voor een vriendenprijs, simpelweg omdat ze graag terugkomen voor bijvoorbeeld de lekkere chocoladetaart … Alles in mijn gastenverblijf moet kloppen. Ik kies zoveel mogelijk voor lokale producten, gebruik hier geen drinkwater om bijvoorbeeld te wassen... Drinkwater is gefilterd kraantjeswater, en ik vind het niet correct om water nog eens extra te vervoeren. Ook het onderhoud is met milieuvriendelijke producten. Bovendien wordt al het energieverbruik genoteerd, per bezoeker per jaar reken ik de voetafdruk uit.
|
Ook de materialen die ik gebruik in het gebouw vertellen een verhaal op zich. Zopas renoveerde ik een hotel op 120 meter hier vandaag. Het douchewater wordt hier gefilterd en gerecycleerd in aparte citernen. Water van de keuken gaat via vetfilters weg naar de riolering. Als je de wc doortrekt, is dat met gebruikt douchewater. Planken van 200 jaar oud of antiek behangpapier gebruik ik opnieuw, terwijl iemand anders dat zou opstoken. Zo probeer ik mensen anders te laten kijken naar de dingen. Dat ik dit met liefde doe en met passie deze plek opbouwde, dat wil ik overbrengen aan mijn bezoekers. De grootste voldoening die ik krijg is uit de reactie van de mensen, dat ze content zijn. Dat iemand anders er echt van kan genieten, dat is plezant. Johan Vriens Johan Vriens
|
|
![]() |
Ik maak bio omdat het werkt. |
|
|
Ondertussen zijn al 185 personen, van in totaal 60 gezinnen, 'oogstdeelnemer' van De Witte Beek zelfoogstboerderij. Elk deelnemer betaalt jaarlijks een vaste bijdrage. Voor dat bedrag kunnen de deelnemers zelf, wanneer het hen uitkomt, groenten komen oogsten op het veld in Bierbeek bij Leuven. Ik zaai, plant en onderhoud de groenten zelf. Ik hoor van de deelnemers dat ze veel meer groenten eten en ook veel diverser. Ze eten nu van het seizoen. Hun kinderen zien alles groeien, komen mee plukken en eten puur uit enthousiasme meer groenten. Geweldig, toch?! . Bij de zelfoogst gebeuren soms grappige dingen. Iemand oogstte eens hele jonge prei, in de gedachte dat het pijpajuin was. Ik vind het soms confronterend hoe weinig de meeste mensen nog weten over hoe groenten groeien. Maar dan ook hartverwarmend hoe bereid ze zijn om 'nieuwe' dingen te proberen, zoals koolrabi, warmoes, witte radijzen... Dit heeft soms heel mooie kanten, zoals een man die nog nooit aardbeien kon eten omdat hij allergisch was aan de grote hoeveelheid chemische pesticiden die op aardbeien worden gespoten. Hier proefde hij een bio-aardbei, recht van het veld: 'verrukkelijk!'. Groenten en fruit gewassen kunnen ook heel sierlijk zijn. Vaak hoor ik zeggen: “Wauw, zo’n mooie groente!” Denk aan paarse koolrabi of de bloemstengels van knoflook – in het voorjaar lijken dat wel zwanenkoppen. Mensen denken vaak dat ziektes en plagen moeilijk onder controle te krijgen zijn. Maar dat is niet zo. Ik zorg via bloemen voor voldoende nuttige insecten, ik kies voor sterke rassen, ik teel een gewas het ene jaar hier, het andere jaar daar, en zorg voor een rijke bodem met compost. En dat blijkt een sterk totaalsysteem te zijn. |
Met het systeem van Community Supported Agriculture (CSA), heb je niet veel grond nodig. En toch kan ik meer dan tweehonderd mensen voor een groot deel van het jaar van verse groenten en ook wat fruit voorzien met 1,25 hectare grond. Ik zorg voor een grote diversiteit in de gewassen die ik teel en er is geen verspilling. De gewassen gaan direct van mij naar de CSA-deelnemers, die ze zelf komen oogsten. Met het certificaat van bio krijg je daarbij een heel betrouwbaar product, waar zowel ik als de deelnemers heel fier op zijn. Ik heb een opleiding van twee jaar gevolgd om bioboer te kunnen worden. Ik werk volledig biologisch maar het biolabel hebben we nog niet. Ik ben nu officieel ‘in omschakeling’, dus ik word gecontroleerd of mijn grond twee jaar onbespoten blijft en biologisch bewerkt wordt. Pas eind dit jaar kan ik het biolabel krijgen na grondige controle. Nog even wachten dus en ik zoek alvast een plaatsje waar het mooi zou kunnen hangen. Jen Nold
|
|
![]() |
Ik maak bio omdat het werkt. |
|
|
Op mijn vorige job kwam ik al veel in contact met Vlaamse bioboeren. De goesting groeide om zelf in de praktijk te staan. Bio was een evidente keuze. Ik ben gestart met verkoop, vanuit het idee om op termijn samen met mijn man Ronald ook ons eigen fruit te gaan telen. Vier jaar later voelen wij ons goed op de markt. We hebben ontdekt dat handel een belangrijke schakel op zichzelf is. Die handel op een verantwoorde manier invullen, dat is waar we momenteel voor gaan. In Leuven en Brussel hebben we ondertussen een vast cliënteel dat ons elke week op de markt terugvindt. Het is erg belangrijk om er elke week opnieuw te staan. Dat geeft vertrouwen. En eens ze geproefd hebben van ons biofruit, dan komen ze terug. Lekker fruit verkopen, dat is het belangrijkste. Als je klanten zo content zijn van de smaak van een goede appel, dat is gewoon heel erg leuk en dat geeft je voldoening. Ik heb al klanten horen beweren dat ze in geen jaren zo’n lekkere appels geproefd hadden. Wij staan niet op biomarkten maar op ‘gewone markten’ tussen de andere markkramers. Zo kunnen we tonen dat het ook anders kan. Zo kunnen de mensen bio op een laagdrempelige manier ontdekken, ze moeten er zelfs geen winkel voor binnenstappen. Wij hoeven ook niet te roepen op de markt. De appels roepen voor zichzelf, wij hoeven enkel de mensen uit te nodigen om ze te proeven. Proeven is de eerste stap. |
Daarnaast hebben we ook een ruim aanbod aan rassen. Oudere mensen kennen vaak nog de oude rassen van vroeger, maar ook jonge stadsmensen gaan zich meer verdiepen in al die inheemse soorten. De kunst is om de juiste appel met de juiste persoon te verbinden, dat is dé service. Er zijn heel veel soorten, maar in de supermarkten kom je die niet meer tegen. Wij weten ze te vinden en brengen ze samen, dat is onze een troef. Elk fruitras heeft z’n toepassingen: sommigen zijn eerder voor te bakken of voor moes, anderen zijn op hun best om zo te eten … en wij geven graag advies aan onze klanten!
Soms gaan we op vraag van klanten op zoek naar bepaalde variëteiten. Wij staan echt tussen producent en consument. Wij kennen de leveranciers van ons biofruit goed. Als een oogst niet zo goed gelukt is, dan kunnen we dat rechtstreeks aan de klanten uitleggen. We verkopen wat het seizoen te bieden heeft en halen dat altijd rechtstreeks bij de boer. Sinds vorig jaar verkopen we ook biologische aardbeien en bessen. Het is een uitdaging, want dat is iets duurder, maar we kregen al wel hele leuke reacties! Hannelore Coene
|
|
![]() |
Ik maak bio omdat het werkt. |
|
|
Na mijn job als zelfstandig bedrijfsadviseur voor boeren, heb ik in 2009 het ouderlijk bedrijf overgenomen. Ik heb meer dan veertig verschillende teelten staan en verkoop deze via de hoevewinkel en markten. De voornaamste teelten zijn grondwitloof in de winter en aardbeien uit volle grond in het voorjaar. Tijdens mijn jaren als adviseur heb ik ervaren hoe belangrijk de bodem en zijn bodemleven is voor de plant. Het is interessanter om je bodem te voeden in plaats van je plant. De bodem voedt op zijn beurt de plant. De smaak van groenten of fruit, wordt mee bepaald door de mineralen in de bodem. De hoeveelheid mineralen in de bodem is de laatste jaren sterk gedaald, onder andere door eenzijdige chemische bemesting in gangbare landbouw. Ik bemest ondermeer met lavameel dat veel sporenelementen (mineralen) bevat, die zijn eigenlijk ‘het zout op je patatten’. Rassenkeuze is ook smaakbepalend. Zo heb je in de gangbare aardbeiteelt meestal het ras “Elsanta”, een soort die makkelijk transporteerbaar is en die lang kan bewaren. Deze twee eigenschappen zorgen er meestal voor dat de smaak tegenvalt. Ik kies andere rassen, zoals “Darselect”, niet zo geschikt voor transport, maar wel erg lekker! Verkoop via korte keten is dan ook belangrijk, en dit is waar ik ook werk van maak; mijn voedselkilometers zo laag mogelijk houden. De tijdsduur bij de forcerie van witloof maakt ook een groot verschil. Bij grondwitloof heb je ongeveer vijf weken nodig, terwijl je bij hydrocultuur al een oogstbare krop hebt na drie weken. Grondwitloof doet er dus twee weken langer over, maar kan ook twee weken langer mineralen opnemen uit de grond, wat dus meer smaak geeft. Het spreekt voor zich dat grondwitloof arbeidsintensiever is en dus ook prijziger. |
Ziekten en plagen beheers ik door een natuurlijk evenwicht in stand te houden. Zo houd ik de graskanten ruig. Daar kunnen natuurlijke bestrijders in overleven. Zo behandel ik nooit de rupsen op kolen. Als je dit toch zou doen, dan neem je het voedsel van je natuurlijke bestrijders weg en verhoogt de kans op plagen. Ik gebruik bijvoorbeeld geen slakkenkorrels in de aardbeien want er zitten daar kikkers die de slakken opeten. Als ik de slakken zou bestrijden, dan heb ik geen kikkers meer, want dan zouden die geen eten meer vinden. Als bioteler leef ik met de natuur mee en verstoor ik zo weinig mogelijk het natuurlijk evenwicht. Ik doe alleen de noodzakelijke ingrepen en de rest laat ik over aan de natuur.
Nico Vandevannet
|
|

Meer dan 90 activiteiten tijdens de Bioweek! Zoek een Bioweek activiteit in jouw buurt in de BioGenietenGids. Veel Bioweek plezier!

Zoek je een Bioweek activiteit? Kies jouw favoriet uit meer dan 90 activiteiten. De activiteiten staan allemaal in de BioGenietenGids.



Een uitgesproken bessensmaak... de nieuwe duo's appel - bosbessensap en appel - frambozensap!



De tweede van de vier Bioweek wedstrijden! Deze Bioweek wedstrijd zet natuurlijke cosmetica in de kijker: win een verwenpakket!

De eerste van vier Bioweek wedstrijden! Deze Bioweek wedstrijd zet verwerkte biovoeding in de kijker: chocopasta.

Landbouw gedragen door een gemeenschap, dat is wat Tom en Corazon doen. Het blijkt een enorm succes, ontdek je met deze Koppen reportage.

Met welke landbouw kunnen we de wereld voeden? Een hoogleraar Farming Systems Ecolgy pleit voor een andere landbouw, zonder honger.
























